In de semiotiek is een icoon een teken dat naar de vorm overeenkomt met zijn betekenis, datgene waarnaar het in de werkelijkheid verwijst.
De Amerikaanse filosoof C.S. Peirce onderscheidde drie soorten tekens:
- index (een teken dat iets anders veronderstelt: het geijkte voorbeeld is rook, die op vuur wijst)
- icoon (er is gelijkenis tussen teken en werkelijkheid)
- symbool (het verband tussen teken en werkelijkheid is willekeurig, of bestaat op grond van een afspraak).
Een teken is iconisch:
- als het naar de vorm een afbeelding (image) vormt van dat wat het weergeeft: voorbeelden zijn foto's, klanknabootsende woorden, een computerpictogram; of
- als binnen dat teken onderlinge relaties overeenkomen met werkelijkheidsrelaties (diagram).
In de computerwereld is een icoon een grafisch symbool dat in een grafische gebruiksomgeving (GUI) aan een bestand wordt gekoppeld waardoor snel het bestandstype kan worden herkend, zoals een applicatie of een document. Binnen enkele jaren groeiden de aanvankelijk eenvoudige symbolen uit tot grotere en kleurrijke afbeeldingen, met naast hun oorspronkelijk refererende ook een decoratieve functie, waarmee de gebruiker in staat wordt gesteld tot het persoonlijker maken van zijn digitale werkomgeving. In dezelfde betekenis wordt ook de term pictogram gebruikt.
|