|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
België (Frans: Belgique, Duits: Belgien), officieel het Koninkrijk België, is een West-Europese[7][8][9] of Noordwest-Europese[10] staat begrensd door de Noordzee in het westen, Nederland in het noorden, Duitsland in het oosten, Luxemburg in het zuidoosten en Frankrijk in het zuiden. België bestaat uit drie Gemeenschappen: de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap. België is verdeeld in drie Gewesten: het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De hoofdstad Brussel is tegelijk ook de hoofdstad van Vlaanderen en het bestuurlijk centrum van de Europese Unie. De naam "Belgae" werd voor het eerst vermeld door Julius Caesar, maar de staat België werd pas in 1830 onafhankelijk van Nederland.
AardrijkskundeFysische geografieHet gebied van België bestaat uit twee delen: laagland, dat behoort tot de kustvlakte van de Noordzee in het noorden; en het plateau van de Ardennen in het zuiden. Deze tweedeling heeft een geologische oorsprong. In de Ardennen liggen harde gesteenten van hoge ouderdom (Paleozoïcum) aan het oppervlak, waarin rivieren zich diep hebben ingesneden. In Vlaanderen bestaat de ondiepe ondergrond, net als overigens in Nederland en grote delen van Noord-Duitsland, uit ongeconsolideerde sedimentaire gesteenten uit het Tertiair en Kwartair. De rivieren Maas, Schelde, IJzer hebben een groot deel van hun stroomgebied in België liggen. In het uiterste oosten van het land ligt ook een klein gebied dat toebehoort aan het stroomgebied van de Rijn, in het zuiden van de provincie Henegouwen een gebied dat tot het stroomgebied van de Seine behoort en in de provincie Luxemburg een gebied dat onder het stroomgebied van de Moezel valt. Statistieken
Het signaal van Botrange, België's hoogste punt, op 694 meter
België is met 349 inwoners per vierkante kilometer één van de dichtstbevolkte landen in Europa.
StedenDe hoofdstad en tegelijk de grootste stad is Brussel. Andere grote steden zijn: ToerismeDe kunststeden Brugge, Gent, Antwerpen, Mechelen en Brussel trekken toeristen voor hun historische gebouwen, begijnhoven, architectuur en musea onder meer het Plantin-Moretusmuseum als werelderfgoed. Vooral de Art nouveau van onder meer Horta is uniek. Japanse toeristen bezoeken dikwijls Brugge, Antwerpen en... Hoboken vanwege het populaire boek Een hond van Vlaanderen. De kust trekt badgasten voor het strand, de zee en fietstochten. De Ardennen trekken toeristen voor wandeltochten, rotsbeklimmen en afdalingen van bergstromen met kajaks en in de winter langlaufen. Ook de scheepsliften bij La Louvière zijn werelderfgoed, net als de Citadel van Namen en de neolithische vuursteenmijnen van Spiennes. Typische trekpleisters voor toeristen te Brussel zijn het atomium overgebleven van Expo 58 en Manneke Pis. Bekende Belgische folklore trekt ook veel toeristen, onder meer de Gilles van Binche, het Ros Beiaard van Dendermonde, de Heilig-Bloedprocessie van Brugge, de Ommegang van reuzen te Antwerpen. Spa is in het Engels synoniem voor kuuroord. GeschiedenisBelgië werd in de prehistorie bevolkt door verschillende Keltische en Germaanse stammen, waaronder de Menapii, de Morinen, de Nerviërs en de Eburonen onder Ambiorix. In de Romeinse tijd werden de Keltische stammen in het gebied tussen Noordzee, Rijn, Seine en Marne (Zuid-Nederland, België, Noord-Frankrijk en delen van West-Duitsland) samen aangeduid met het woord Belgae. Het gebied maakte deel uit van het Romeinse Rijk alvorens het in een aantal feodale staten werd verdeeld tijdens de Middeleeuwen. Tijdens de middeleeuwen werd wat nu onder het huidige België verstaan wordt, verdeeld tussen Frankrijk en het Duitse Rijk. De Schelde werd beschouwd als grens tussen de beide rijken. Het gebied van het huidige België kwam in handen van de Habsburgers in de 15e eeuw (zie Habsburgse Nederlanden) en werd in 1795 overgenomen door de Fransen. Na de nederlaag van Napoleon in 1815 ging België op in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden om zo een bufferstaat te vormen tegen Frankrijk. Met de Belgische Revolutie van 1830 werd België een onafhankelijke, constitutionele monarchie. De wapenspreuk van België luidt eendracht maakt macht. Deze eendracht sloeg in 1830 op de vereniging van de negen provinciën. De negen provinciewapens zijn dan ook vertegenwoordigd in het wapenschild van het land. Onder koning Leopold II verwierf België Belgisch Congo als kolonie. België werd in de Eerste Wereldoorlog bijna helemaal bezet door Duitsland. Enkel het gebied achter de IJzer in West-Vlaanderen, waar ook koning Albert verbleef, bleef onder geallieerde controle. Tijdens de Tweede Wereldoorlog capituleerde koning Leopold na de Achttiendaagse veldtocht en werd heel het land bezet. Na de oorlog leidde dit tot de koningskwestie, waarbij het land bestuurd werd door Prins Karel als regent tot Leopold III de macht overdroeg aan zijn zoon Boudewijn. In september 1944 werd het grootste deel van België door de geallieerden bevrijd. Spanningen tussen Vlamingen en Franstaligen hebben de laatste jaren geleid tot constitutionele amendementen. Zo werd België een federale staat met drie gewesten en drie gemeenschappen (zie Staatsstructuur). EtymologieDe eerste vermelding van "Belgae" komt uit de commentarii de bello Gallico van Gaius Julius Caesar: horum omnium fortissimi sunt Belgae[11]: van al de Galliërs zijn de Belgen de dappersten. De naam "Belgae" is mogelijk afkomstig van het voor-Keltisch woord belo, wat "helder" betekent[12], en is verwant aan het Engelse woord bale ("baal", zoals in "bale-fire"), het Angelsaksische bael, het Litouwse baltas, wat "wit" of "schijnend/glanzend" (Cf. Baltische Zee) betekent, en het Slavische belo/bilo/bjelo/…, wat "wit" betekent, zoals Belarus ("Wit-Rusland"), en de stadsnamen van Beograd, Biograd, Bjelovar, enz., die allemaal "witte stad" betekenen. Ook de Gallische godennamen Belenos ("De Heldere") en Belisama (waarschijnlijk van dezelfde godheid; oorspronkelijk van belo-nos = "onze schijnende") komen mogelijk van dezelfde bron. Een andere voorgestelde etymologie van de naam Belga(e): bel is een voor Indo-Europees woord voor "rond", "opgeblazen object", zoals in "balg" in de figuurlijke zin: cirkel, leger, alliantie, enzovoort. De affix -ga is het Gallisch voor "man", "krijger". Bel-gae zou dan betekenen: "mannen van de alliantie". De oorsprong van het woord zou dan Gallisch zijn. Deze betekenis zou dan passen bij de omschrijving van Caesar. Een andere uitleg van dezelfde woordstam zou volgens Pokorny zijn zoals in "gebelgd" en "verbolgen", dus een verwijzing naar de lichtgeraaktheid van de oude Belgen die om de geringste aanleiding met elkaar oorlog voerden[13][14]. Een andere voorgestelde etymologie van de naam Belga(e) is afkomstig van Bulgaar en van Volga. Volga was de benaming voor rivier door de stammen die langs de Volga woonden en er zijn aanwijzigen voor volksverhuizingen van daar naar Bulgarije en van daar naar België. Het zou in dat geval betekenen "land van rivieren"[15]. BevolkingSamenstellingBelgië kent drie gemeenschappen. De Vlamingen (in het noorden van het land) spreken Nederlands en vormen de grootste bevolkingsgroep. De Walen (in het zuiden) spreken Frans. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is wegens zijn hoofdstedelijke functie een tweetalig gewest en vormt in principe een doorsnede tussen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Ten slotte is er nog de Duitstalige Gemeenschap van 74000 Belgen in het oosten van het land[16]. De Belgen hebben nog steeds de reputatie van bescheiden en gematigd. Vooral de Vlamingen gaan door voor harde werkers. De productiviteit van de Belgische werknemers[17] is een van de hoogste ter wereld. De Belgen staan er ook om bekend dat ze "een baksteen in hun maag hebben". Ze investeren aanzienlijke bedragen in een eigen woning en aangezien de bouwgronden alsmaar schaarser worden (de bevolkingsdichtheid bedraagt 349,4/km² (2008)), beleeft de renovatiesector gouden tijden. De gezinsgrootte in België is de laatste tijd gestegen. De vruchtbaarheidsgraad ligt op 1,79 kinderen per vrouw waardoor België minder geconfronteerd wordt met een verouderende bevolking dan andere landen in Europa.[18]: 15 procent is ouder dan 65 jaar. De levensverwachting ligt op 75 jaar voor de mannen en 81 jaar voor de vrouwen. De kwaliteit van de Belgische gezondheidszorg behoort tot de beste ter wereld en volgens een enquête vindt bijna 80 procent van de Belgen dat ze in zeer goede gezondheid verkeren. Wat de levensstandaard betreft zijn er ongelijkheden tussen de inwoners van de verschillende gewesten; het Vlaams Gewest is financieel gezien rijker dan Wallonië [19]. De Belgische bevolking bestaat voor bijna een miljoen uit inwijkelingen[20]. Een eerste golf inwijkelingen waren Italianen die in Limburg, Charleroi en Bergen in de mijnen kwamen werken. De politicus Elio Di Rupo stamt daarvan af. Een tweede golf waren Turken en Marokkanen die in de jaren 1960 het tekort op de arbeidsmarkt kwamen invullen. Bovendien woont er ook een gemeenschap uit de vroegere kolonie Kongo vooral in de Matonge-wijk te Brussel. Groei
België telde 10.666.866 inwoners op 1 januari 2008.[21] Het Vlaams Gewest telt er daarvan 6,1 miljoen, het Waals Gewest 3,4 miljoen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1,0 miljoen.[22] In vergelijking met andere Europese landen is de Belgische bevolking traag gegroeid: 4,5 miljoen in 1850, bijna 7 miljoen in 1900, 10,2 miljoen in 2000.[23] Ter vergelijking: de Nederlandse bevolking groeide van een derde minder (3 miljoen in 1850) tot meer dan de helft meer (16 miljoen in 2000). TalenOfficiële talen in België zijn:
Het Nederlands is de officiële taal in het Vlaams Gewest en, samen met het Frans, in Brussel. Het Frans is de officiële taal in Wallonië en het Duits in enkele oostelijke gemeenten rond Eupen (de Duitstalige Gemeenschap). De hoofdstad Brussel is tweetalig, en de meerderheid van de bevolking van Brussel spreekt Frans. De tussen Nederland en het Franstalige Wallonië ingeklemde Voerstreek is een enclave. Het is een deel van Vlaanderen, en derhalve Nederlandstalig, met taalfaciliteiten voor de Franstalige minderheid. Comines (Komen) is een deel van Wallonië en dus Franstalig, met taalfaciliteiten voor de Nederlandstalige minderheid. De scheidingslijn loopt van oost naar west ruwweg iets ten zuiden van Brussel. De hoofdstedelijke agglomeratie zelf wordt door zowel Nederlandstalige als Franstalige Brusselaars bewoond. De verfransing van Brussel is vooral het gevolg van inwijking en verfransing van de oorspronkelijk grotendeels Nederlandstalige bevolking.
Daarnaast worden er in België ook verschillende dialecten en streektalen gesproken:
GodsdienstenBelgië is van oorsprong Rooms-katholiek en de vele kerken en kathedralen getuigen daarvan. Het wekelijkse kerkbezoek van de Belgen is sinds de jaren 1960 drastisch gedaald en bedraagt anno 2008 minder dan 7 procent volgens een artikel (mei 2008) in het christelijke opinieweekblad Tertio naar aanleiding van het aanstaande leeftijdsontslag (75 jaar) van kardinaal Danneels. In Vlaanderen ligt het kerkbezoek hoger dan in de overige landsgedeelten: volgens cijfers van de Katholieke Kerk zelf bedroeg het kerkbezoek 12,7 procent in 1998 tegen 11,2 procent voor België[24] en volgens een studie van de Katholieke Universiteit Leuven ging 9 procent van de Vlamingen wekelijks naar de kerk in 2006[25]. Dit laatste rapport meldt, dat de jaarlijkse daling van de kerkpraktijk in Vlaanderen 0.5 procent bedraagt. Dit zou beteken dat anno 2008 het kerkbezoek in Vlaanderen 8 percent bedraagt, nog steeds hoger dan het gemiddelde (onder 7 procent) voor België. Huwelijken, begrafenissen en doopplechtigheden gebeuren toch nog dikwijls in de kerk. De rest van de Belgen is grotendeels agnost, atheïst of vrijzinnig (ca. 28 procent), islamitisch (ca. 4 procent), protestants (ca. 1 procent) of joods (minder dan 1 procent). België onderhoudt diplomatieke contacten met het Vaticaan en is bestuurlijk ingedeeld in acht bisdommen en een militair ordinariaat. De Heilige Jozef is de beschermheilige van België. Beroemd zijn Belgische missionarissen, zoals Peter van Gent in Mexico, Pater Damiaan bij de melaatsen in Molokai, Joos de Rijcke in Equador, Ferdinand Verbiest in China en nu nog Jeanne De Vos in India. Adolf Daens en Jozef Cardijn waren geestelijken die zich voor de arbeidersbeweging hebben ingezet. PolitiekBestuurlijke indelingNa een gelukte revolutie heeft België zich onafhankelijk gemaakt van Nederland. Een poging om opnieuw aan te sluiten bij Frankrijk mislukte, (zie rattachisme). België koos voor onafhankelijkheid met een koning aan het hoofd. Dit werd, onder Engelse druk, een Duitse vorst die verwant was aan het Britse koningshuis, Leopold van Saksen-Coburg-Gotha. Meteen werd gekozen voor een constitutionele monarchie en indertijd was de grondwet[26] de liberaalste ter wereld. In de tweede helft van de 20e eeuw evolueerde het politieke stelsel naar een particratisch zuilenbestel. In de eerste decennia van het nieuwe land was het bestuur (onder andere wegens het cijnskiesstelsel) vrijwel volledig Franstalig en elitair. Niettemin werden de eerste taalwetten reeds gestemd op het einde van de 19e eeuw. Hiermee werden de landstalen nog niet gelijkwaardig. Zo zorgde de onderwijswet van 1876 er voor dat het middelbaar onderwijs in Vlaanderen tweetalig werd, maar niet in Wallonië. Een belangrijk keerpunt was de Eerste Wereldoorlog, waar de Vlaamse frontsoldaten met Franstalige officieren rechten opeisten onder de leuze "Hier ons bloed, wanneer ons recht?". Ook de na de oorlog opgetrokken IJzertoren met het opschrift AVV-VVK (Alles voor Vlaanderen - Vlaanderen voor Kristus) drukt dit uit. Dit gelijkwaardig stellen gebeurde pas met de taalwet van 1932, toen het middelbaar onderwijs eentalig werd: Nederlands in Vlaanderen, en Frans bleef in Wallonië. De toepassing van de gelijke rechten van taalgroepen in overheid, scholing en rechtspraak verliep echter traag, onwillig en vaak slechts na lang aandringen. Dit is mee de katalysator geweest voor een centrifugale beweging in het unitaire België. Die werd bij de oprichting van het zogenaamde Centrum Harmel (genoemd naar politicus Pierre Harmel) in 1948 voor het eerste officieus erkend. Een wending was de beweging Leuven Vlaams in 1968. Het Belgische federalisme is ongewoon in die zin dat het tegelijk ook enkele sterke unitaire kenmerken vertoont (de openbare financiering is voor meer dan 90% unitair), en ook tweeledig-confederalistische (de politieke partijen richten zich quasi uitsluitend tot of de Vlaamse of de Franstalige gemeenschap; er bestaan slechts enkele zeer kleine nationale partijen ). Langzamerhand meende men dat de tweeledige maatschappelijke structuur van België geen unitaire politieke structuur verdraagt. België werd een gedecentraliseerde staat, om in een vijftal staatshervormingen (in 1970, 1980, 1988-89, 1993 en 2001-2003) officieel in 1993 een federale staat te worden, met een zogenaamd 'bipolair' federalisme). Dit dubbel federalisme, met als architecten Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene, Hugo Schiltz, Guy Spitaels en Jean Gol kenmerkt zich door volgende regeringsniveaus, elk met eigen verkozen volksvertegenwoordiging en regering:
Bovendien omvat België vier taalgebieden: het Nederlandse taalgebied, het Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het Duitse taalgebied. De Vlamingen fusioneerden onmiddellijk hun gewestelijke en gemeenschapsinstellingen. Ze hebben sindsdien één Vlaams parlement en één Vlaamse deelregering, beide met zetel te Brussel. De Brusselse leden van het Vlaamse parlement mogen echter niet meestemmen over Vlaamse gewestaangelegenheden. De Franstaligen beslisten om hun afzonderlijke bestuursorganen nl. het Waals gewest (zetel te Namen) en de Franse Gemeenschap (zetel te Brussel) gescheiden te houden. In het Brussels Hoofdstedelijk gewest is het Brusselse parlement en deelregering (zetel Brussel) bevoegd voor gewestmateries, en zijn de Nederlandstalige en Franstalige gemeenschappen elk bevoegd voor de eigen gemeenschapsmateries, via Brusselse instellingen namelijk de Vlaamse, respectievelijk Franstalige gemeenschapscommissies en hun uitvoerende organen (colleges). Voor zaken die beide gemeenschappen aangaan, is in Brussel de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie (en college) bevoegd. Ook de Duitstalige gemeenschap heeft haar eigen parlement en deelregering (zetel Eupen), bevoegd voor gemeenschapsmateries. Het Waals Gewest is er bevoegd voor de gewestelijke aangelegenheden. De gewesten zijn vooral bevoegd voor territoriale materie (bijvoorbeeld economie, ruimtelijke ordening, openbare werken, milieu, ...). De gemeenschappen spitsen zich toe op culturele factoren (met inbegrip van sport, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek) en de federale staat neemt de (grote) rest voor zijn rekening (defensie, buitenlandse zaken, economische en monetaire unie, pensioenen, ziekteverzekering, ...). Gewesten en gemeenschappen kunnen decreten of (in het Brussels Hoofdstedelijk gewest) ordonnanties uitvaardigen die kracht van wet hebben in het eigen gewest of de eigen gemeenschap. Een bijzonder rechtscollege, het Grondwettelijk Hof, waakt erover dat de wetgeving van de federale regering, de gemeenschappen en gewesten de bevoegdheidsverdeling tussen deze verschillende entiteiten eerbiedigt. Het Grondwettelijk Hof kan wetsbepalingen vernietigen die deze bevoegdheidsverdeling schenden. Bepaalde aspecten van dit federalisme zijn minder verregaand dan de meeste andere federale staten (zo hebben de deelstaten weinig fiscale autonomie en minder dan 20 procent van de globale openbare uitgaven), anderen gaan dan weer verder (ontbreken van normenhiërarchie). Heden is er in Vlaanderen een trend naar confederalisme. Vlaamse onafhankelijkheid geniet echter minder bijval. Een meerderheid van de Vlaamse partijen lijkt[27] te kiezen voor hetzij een verder doorgedreven federalisme, hetzij een confederalisme (waarbij Vlaanderen dan soevereine macht zou krijgen voor bijvoorbeeld taal, cultuur en onderwijs). Een opiniepeiling[28] geeft weinig bijval voor confederalisme: in Vlaanderen wil een meerderheid meer autonomie, terwijl in Wallonië en vooral in Brussel een meerderheid het huidige federalisme wil behouden. Het pijnpunt zijn de financies. Nu gebeurt er langs het federaal niveau door sociale zekerheid, investeringen, spoorwegen enz. een netto transfer van geld van noord naar zuid. Bij overheveling van meer bevoegdheden naar de gemeenschappen / gewesten en ook de financiering ervan zou de solidariteit tussen noord en zuid in het gedrang komen. De hoofdstad van Vlaanderen is Brussel, de hoofdstad van Wallonië is Namen. Brussel is ook de hoofdstad van Franstalige Gemeenschap. De hoofdstad van de Duitstalige gemeenschap is Eupen. ProvinciesHet Vlaams Gewest (Vlaanderen) is ingedeeld in 5 provincies:
Ook het Waals Gewest (Wallonië) telt 5 provincies:
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoort tot geen enkele provincie. De provincies bestaan weer uit diverse arrondissementen. Aan het hoofd van elke provincie staat een gouverneur. De provinciale besturen hebben evenwel weinig gewicht. Hun bestaan wordt soms in vraag gesteld. Een van de taken van de provinciegouverneur is het coördineren van de hulpverlening bij rampen van grote omvang (bijvoorbeeld chemische ongelukken in de havens). Ook het besturen van belangrijke milieuzaken zoals kernenergie behoort tot zijn taken. Staatsstructuur
Koning Albert II van België
België is een federaal land en een constitutionele monarchie met aan het hoofd een rechtstreekse afstammeling van Leopold I, achtereenvolgens Leopold II die Belgisch Congo toevoegde, de soldatenkoning Albert, de in de koningskwestie omstreden Leopold III, de bij de bevolking geliefde[29] Boudewijn en momenteel koning Albert II. 1. Federaal niveau:
2. Gemeenschapsniveau: België bestaat uit drie gemeenschappen: De gemeenschappen staan in voor persoongebonden materies: culturele aangelegenheden, onderwijs, gezondheid, welzijn en taalgebruik. Elke gemeenschap heeft een gemeenschapsraad (wetgevende macht) en gemeenschapsregering (uitvoerende macht). De Vlaamse gemeenschap en het Vlaams gewest hebben een gemeenschappelijk parlement en regering, omdat in tegenstelling met het Waals Gewest er in het Vlaams Gewest maar één taal gesproken wordt: het Nederlands. In het Waals Gewest is dat Frans en Duits, daarom is er nood aan een apart bestuur voor de Franstalige Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap. 3. Gewestelijk niveau: België is onderverdeeld in drie gewesten:
De gewesten staan in voor grondgebiedgerelateerde materies: ruimtelijke ordening, milieu, landbouw, huisvesting, energie, werkgelegenheid, openbare werken en vervoer, economie en buitenlandse handel, toezicht op gemeenten en provincies en ontwikkelingssamenwerking. Elk gewest heeft een parlement en een regering. 4. Taalgebieden: België heeft 4 taalgebieden:
5. Provinciaal niveau: België telt 10 provincies. 6. Gemeentelijk niveau: elke Belgische gemeente heeft een gemeenteraad (wetgevende macht) en schepencollege (uitvoerende macht), met als hoofd de burgemeester. Het idee achter dergelijke staatsstructuur is, dat elke cultuur moet kunnen emanciperen zonder andere culturen te domineren. ParlementenDe zes parlementen tellen samen 537 verschillende leden:
RegeringenDe zes regeringen tellen samen 49 ministers en 10 staatssecretarissen:
Politieke partijen en bewegingenIn het unitaire België waren er ook unitaire partijen. Als gevolg van de sterker wordende tegenstellingen tussen Vlamingen en Franstaligen zijn de unitaire partijen in de jaren zestig en zeventig, dus nog voor België een federale staat werd, één voor één uit elkaar gevallen in aparte Vlaamse en Franstalige partijen die los van elkaar werken: christendemocraten (CD&V; CDH), socialisten (SP-A; PS), liberalen (VLD; MR) en groenen (Groen!; Ecolo). In België zijn er zogenoemde taalpartijen. Uit de Vlaamse Beweging zijn bij uiteenvallen van de Volksunie na het Egmontpact de partijen Vlaams Blok, N-VA en Spirit voortgekomen. Toen de vzw's van Vlaams Blok veroordeeld[30] werden voor racisme, is de partij herstart als Vlaams Belang. Vlaams Belang en N-VA streven de onafhankelijkheid van Vlaanderen na. De voornaamste Franstalige tegenhanger is het FDF. Het Vlaams Belang geldt als uiterst rechts, net als de nieuwe partij Lijst Dedecker die afgesplitst is van VLD. De laatste jaren bestaat een trend om versnippering tegen te gaan door vorming van kartels. Zo is er SP-A-Spirit, VLD-Vivant, CD&V-NV-A, MR-FDF. Groen! weigerde om met SP-A mee in het kartel te gaan en Lijst Dedecker weigerde een kartel met Vlaams Belang. EuropaBinnen België bestaan dus verdelende tendenzen tussen de taalgemeenschappen. In de andere zin hebben Belgische politici bijgedragen aan de Europese eenmaking. In 1921 ging België samenwerken met Luxemburg in de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en in 1944 daarbij met Nederland in de Benelux. Vooral Paul Henri Spaak heeft bijgedragen tot de EGKS, wat later de EEG en de EU werd. België huisvest het Europees Parlement te Brussel. Zo ook herbergt België te Brussel het hoofdkwartier van de NAVO. OverheidKenmerkend voor België is de wafelijzerpolitiek en de communautaire kwesties. Dit komt erop neer, dat voor elke investering in Vlaanderen een overeenkomstige investering in Wallonië moet staan en omgekeerd. Voorbeelden zijn de autosnelweg tussen Pecq en Armentiers in ruil voor een Vlaams schooltje in Komen en het Hellend vlak van Ronquières in ruil voor de uitbreiding van de Haven van Zeebrugge. België is ook geplaagd geweest door allerhande politieke schandalen: de Agusta-zaak, de ontvoering van premier Paul Van den Boeynants, de moord op André Cools, de zelfmoord van Alain Van der Biest. Een heet hangijzer is Brussel-Halle-Vilvoorde. Volgens het grondwettelijk hof is de huidige regeling onwettig. De Vlamingen willen het kiesdistrict opsplitsen in een tweetalig Brussel en Halle-Vilvoorde, wat samen met Leuven een kiesdistrict Vlaams-Brabant zou vormen. Ze weigeren in te gaan op hetgeen de Franstaligen daarvoor in ruil vragen zoals bij voorbeeld uitbreiding van Brussel of uitbreiding van de taalfaciliteiten. PolitieSedert de politiehervorming die in België werd doorgevoerd (wet van 7 december 1998) bestaat er nog maar één politiedienst, namelijk een "geïntegreerde politie gestructureerd op twee niveaus". Die twee niveaus bestaan uit een federale politie en een lokale politie – die onderling communiceren via welbepaalde kanalen. De vroegere politiediensten (gemeentepolitie, gerechtelijke politie, rijkswacht, ...) werden alle afgeschaft. Dit was een gevolg van de zaak Marc Dutroux van ontvoerde en vermoorde meisjes, waarbij de toen nog versnipperde politiediensten weinig efficiënt bleken. DefensieHet Belgisch leger is een beroepsleger: de dienstplicht is afgeschaft. Het leger bestaat uit een landmacht, een luchtmacht, een zeemacht en een medische component. De zeemacht legt zich vooral toe op mijnenvegen. De luchtmacht bezit F-16 gevechtsvliegtuigen, transportvliegtuigen en Agusta A109 helikopters. De landmacht beschikt over Leopard tanks. De medische component is gespecialiseerd in behandeling van brandwonden, vooral in het militair hospitaal van Neder-over-Heembeek. De elite-eenheid zijn de paracommando's, die een aantal keren actief waren in Kongo. Het Belgisch leger is ingepast in de NAVO en heeft deelgenomen aan operaties in Kosovo en in Afghanistan. Belgische paracommando's werden vermoord tijdens de inzet in Rwanda. Economie
Staalindustrie bij Luik
De economie van België is met name gebaseerd op de diensten, vervoer, handel en de industrie. De mijnbouw, die ondertussen is stopgezet, en de productie van staal, chemische producten en cement zijn geconcentreerd in de valleien van Samber en Maas, in de Borinage rond Bergen, Charleroi, Namen en Luik en in het Kempens Steenkolenbekken. Luik is een belangrijk staalcentrum. Reeds lang worden metaalproducten zoals bruggen, zware machines, industriële en chirurgische apparatuur, motorvoertuigen, werktuigen en munitie vervaardigd. De chemische producten omvatten meststoffen, kleurstoffen, geneesmiddelen en plastieken; de petrochemische industrie is geconcentreerd dichtbij de olieraffinaderijen van Antwerpen. De textielproductie, die in de Middeleeuwen begon, omvat katoen, linnen, wol en kunstvezels; tapijten en dekens zijn belangrijke vervaardigde producten. Gent, Kortrijk, Doornik en Verviers zijn allen textielcentra; Mechelen, Brugge en Brussel zijn beroemd vanwege hun kant. Andere industrieën omvatten diamantslijperij (Antwerpen is een belangrijk diamantcentrum), cement en glasproductie, en de verwerking van leer en hout. Meer dan 55 % van de elektriciteit van België wordt opgewekt uit kernenergie. De Belgische industrie is zwaar afhankelijk van de invoer voor zijn grondstoffen. Het meeste ijzer komt uit het bassin van Lotharingen in Frankrijk, terwijl de non-ferro metaalproducten van ingevoerde grondstoffen worden gemaakt, waaronder zink, koper, lood en tin. De uitvoer (handel) omvat ijzer en staal, vervoersapparatuur, tractoren, diamanten en aardolieproducten. De industriële centra zijn met elkaar en met de belangrijkste havens, Antwerpen, Brugge-Zeebrugge en Gent, verbonden door de rivieren de Maas en de Schelde en hun zijrivieren, door een netwerk van kanalen (in het bijzonder Albertkanaal, het kanaal Gent-Terneuzen en het Boudewijnkanaal), en door een uitgebreid spoorwegsysteem. België heeft veel vruchtbare en goed bewaterde grond, hoewel de landbouw slechts een klein percentage van het aantal arbeidskrachten vertegenwoordigt. De belangrijkste gewassen zijn maïs, tarwe, haver, rogge, gerst, suikerbieten, aardappels en vlas. Rundvee en varkens evenals de zuivelproductie (vooral in Vlaanderen) zijn ook belangrijk. Het verwerkte voedsel omvat suiker vooral te Tienen, kaas en andere zuivelproducten; bier onder meer te Leuven en andere dranken worden ook vervaardigd. Belangrijker dan landbouw is wellicht intensieve tuinbouw ook voor export, zowel in serres zoals in het glazen dorp Hoeilaart als in volle grond: Witlof, Spruiten, Asperges, Sla, Tomaat, Aardbeien en dies meer. Zo spreekt men in het Engels van "Brussels sprouts" en van "Belgian endives" en kent men in het Duits "Brüsseler". De veilingen van Sint-Katelijne-Waver en van Hoogstraten zijn internationaal bekend. Ook hier speelt het wegennet een belangrijke rol om de geveilde waren snel naar de verbruikers te vervoeren. De munteenheid is sinds 1 januari 2002 de gemeenschappelijke Europese munt euro (EUR) het enige wettelijke betaalmiddel. Voordien was dit de Belgische frank (BEF). Deze was reeds sinds 1 januari 1999 gekoppeld aan de gemeenschappelijke Europese munt. (1 euro = 40.3399 BEF) Van 1926 tot 1946 is er ook als munt de Belga geweest, die een waarde had van vijf BEF. Deze benaming was niet populair en werd in 1946 afgeschaft. VerkeerBelgië is een internationaal knooppunt voor goederen- en personenvervoer, met een uitgebreid wegennet van autosnelwegen en expreswegen. Het spoorwegennet wordt geëxploiteerd door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS). De eerste trein op het Europese vasteland reed in 1835 van Mechelen naar Brussel. De belangrijkste andere maatschappijen voor openbaar vervoer zijn de Vlaamse De Lijn, de Brusselse MIVB en de Waalse TEC. Die drie netten sluiten nauwelijks op elkaar aan, zodat versnippering ook hier de efficiëntie niet ten goede komt. De haven van Antwerpen is op Rotterdam na de grootste van Europa. Ook de haven van Brugge-Zeebrugge en de haven van Gent zijn belangrijke goederenhavens. Zeebrugge geldt als 's lands grootste passagiershaven, Europa's belangrijkste roro- en aardgashaven en 's werelds belangrijkste autohaven. Daarnaast heeft ook de haven van Oostende een aanzienlijk betekenis als roro-haven. Zeebrugge is de belangrijkste Belgische vissershaven, gevolgd door Oostende en Nieuwpoort. Brussel en Luik hebben belangrijke binnenhavens. Er zijn civiele luchthavens bij Brussel (Zaventem), Charleroi (Gosselies), Antwerpen (Deurne), Luik (Bierset) en Oostende. MediaDe media zijn opgesplitst per taal. De radio- en TV-zenders van de overheid zijn gevestigd te Brussel in hetzelfde complex aan de Reyerslaan. Voor de Vlaamstaligen is dat de VRT: Vlaamse Radio en Televisie. Voor de Franstaligen is dat de RTBF: Radio Télévision Belge Francophone. Bemerk dus de verwijzing naar België in de Franstalige benaming en de afwezigheid ervan in de Vlaamse benaming. Daarnaast zijn er private omroepen als VTM, VT4, Kanaal2 aan Vlaamse kant en RTL aan Franstalige kant. De openbare omroepen zenden elk verschillende radioprogramma's uit. Daarnaast zijn er erkende vrije radio's. De regeling daarvan gebeurt per taalgemeenschap, wat rond Brussel voor problemen zorgt omdat sommige FM programma's van de ene taalgroep die van de andere taalgroep met een groter vermogen verdringen. Er verschijnen tientallen kranten en tijdschriften in de drie talen. Er verschijnen tien Vlaamse kranten waarvan die met de grootste oplage Het Laatste Nieuws is. Er verschijnen 18 Franstalige kranten, waarvan Le Soir de bekendste is. In het Duitstalig gebied verschijnt Grenz-Echo. MilieuHet leefmilieu in België staat onder druk door de hoge bevolkingsdichtheid en de menselijke activiteit. Dit komt doordat het land met zijn autosnelwegen een doorvoerpunt is voor de industrie in Europa (door de zware industrie gebaseerd in België zelf of in de omringende landen zoals Duitsland waaronder het Ruhrgebied, Nederland, en Frankrijk), door de versnipperde aanpak van de diverse regeringen en door de versnippering van de natuurgebieden. De laatste jaren laat de invloed van de "global warming" zich net als elders voelen. Natuur
De Hoge Venen
21,4 procent van het oppervlak van het land is bedekt met bos, maar dat bevindt zich vooral in Wallonië. In Vlaanderen bevinden zich buiten de steden en industriegebieden vooral landbouwzones met daarnaast nog bossen vooral in de Kempen (ten oosten van de stad Antwerpen en Noord-Limburg). Belangrijke bossen in Brabant zijn het Hallerbos, het Zoniënwoud bij Brussel en het Heverleebos en het Meerdaalwoud bij Leuven. In de grootste bossen komen eekhoorns, reeën en vossen voor. De totale bosoppervlakte in Vlaanderen bedraagt 146.381 hectare en er ligt 22.135 hectare park beheerd door gemeenten en steden. In de Ardennen is de natuur ongerepter, omdat de bevolkingsdichtheid er lager ligt dan in Vlaanderen. Een derde van de oppervlakte van Wallonië is bebost en dat oppervlak wordt ook alsmaar groter. Een groot deel van dat bos bestaat echter uit sparrenbossen die weinig natuurwaarde bezitten. Een van de meest ongerepte stukjes natuur van België zijn de Hoge Venen in de Oostkantons. Door het strenge klimaat, de vele neerslag en de strenge, lange winters komen daar zeldzame plantensoorten voor, die ook typisch zijn voor bergstreken of voor Noord-Europa. De bijzondere flora in de Hoge Venen is echter bedreigd door de opwarming van het klimaat. WaterkwaliteitVooral in Antwerpen en Brussel laat de waterkwaliteit[31] in de rivieren te wensen over. Toch is er hoop. De kwaliteit van het Zennewater[32] ten zuiden van Brussel gaat sinds 2000 vooruit (bron: natuurbeschermingsorganisatie Natuurpunt) sinds eindelijk twee[33] rioolwaterzuiveringsinstallaties[34] Brussel-Noord en Brussel-Zuid actief werden nadat België wegens het ontbreken ervan door Europa in gebreke gesteld werd. Voordien werd de Zenne als overwelfde riool gebruikt en stroomde het afvalwater van de grootste stad Brussel ongezuiverd naar Vlaanderen via de Rupel en de Schelde. De Zenne is de enige rivier die door drie gewesten stroomt en een deel van de problematiek komt daarvan. Alhoewel de Leie in de jaren 1990 nog sterk vervuild was en nauwelijks vis bevatte, is er nu een positieve kentering waar te nemen. In 2007 kon op alle plaatsen langs de Leie weer vis gevangen worden. Het water in Limburg is van goede kwaliteit en in Wallonië is de waterkwaliteit uitstekend. Sporadisch zijn er op de Maas ook gevallen van industriële vervuiling voorgekomen onder meer door Prayon waardoor de drinkwatervoorziening van Antwerpen langs het Albertkanaal in het gedrang kwam. LuchtkwaliteitDe lucht rond Kortrijk-Roeselare, Antwerpen, Brussel, Brugge-Zeebrugge en de Gentse kanaalzone is even verontreinigd[35] als in het Ruhrgebied |